Geurts verzekeringen
In Noord-Brabant kniel je niet meer voor de pastoor
Met het verdwijnen van ‘meneer pastoor’ verdween ook de gemeenschapszin in het Brabantse dorp Sint Hubert. Over de Pastoor Jacobsstraat denderen nu de vrachtwagens vanuit Duitsland. Verenigingen hebben het moeilijk in Noord-Brabant.

Bron: NRC dagblad auteur Freek Schravesande

De Pastoor Jacobsstraat in Sint Hubert, oftewel de N264, heeft veel vrachtverkeer te verwerken.  
‘Uit dankbaarheid, omdat God Sint Hubert spaarde bij de oorlog.” De woorden staan gebeiteld in de sokkel van het Christusbeeld aan de Pastoor Jacobsstraat. Dezelfde Christus die vroeger uitkeek over een dorpsstraat met kinderkopjes en nu over een N-weg vol vrachtverkeer. De dorpelingen in processie brachten hem vroeger bloemen, nu vangt hij vooral roet. Zijn rol lijkt uitgespeeld, nu de buitenwereld het Brabantse kerkdorp bedreigt, ernstiger dan ooit. Maar wie kan Sint Hubert nog beschermen?
 
Zes koffie en één thee. De beheerder van het gemeenschapshuis heeft ze al klaargezet als de leden van de koersbalvereniging – een soort jeu de boules – het dranklokaal binnenstappen, dinsdagochtend elf uur. Hij kent ze allemaal, zoals hij ook de leden van de harmonie en de biljart en de volleybal en de ouderengym kent. De leden, allen boven de tachtig jaar, nemen plaats aan tafel. „De jeugd van Sint Hubert”, knipoogt de beheerder vanachter de gemetselde bar. Het dorp droogt op. De basisschool zag het leerlingenaantal teruglopen van 225 naar 67, het wekelijkse kerkbezoek decimeerde.
De supermarkt van Stefan Kremers verdween, de kapper, de stomerij, het postkantoor, één van de twee cafés. De voetbalclub en het zangkoor fuseerden met verenigingen elders, bij de volleybal zijn zestigjarigen de jongsten en bij de harmonie blijft het zwaar koper onbespeeld. De helft van alle melkveehouders in het dorp stopt ermee.
Meer nog dan God was het de gemeenschap die de dorpelingen van Sint Hubert tijdens de invasie van de Duitsers op de been hield. Ze hebben hier geen armoede meegemaakt, zegt 94-jarige Jo Lange aan de koffie in het gemeenschapshuis. Ze deden alles zelf. Slachten, aardappelen telen. „Maar je had elkaar wél nodig.” En nog, zegt hij. Het verenigingsleven helpt hem tegen de eenzaamheid. „Mijn vrouw is 29 jaar geleden overleden en ik mis haar nog steeds.” Hij gaat naar biljart, gym, koersbal: „Je krijgt er andere praat.” Gemeenschapszin, dat is Brabant. Van oudsher, omdat in geïsoleerde dorpen zoals Sint Hubert, in het katholieke noordoosten, de mensen elkaar nodig hadden. Gastvrijheid is er de lijm, het verenigingsleven de motor. De achterdeur staat er open en door de voordeur kwam alleen de pastoor. Hij, hoeder van de gemeenschap, meer nog dan de burgemeester. Naar Brabants gebruik heeft ook Sint Hubert zijn geestelijken vereeuwigd met een straatnaam. Pastoor Jacobs, en recent de populaire pastoor Bogers, met een plein.

Talloze biechten
‘De pastoor, daar knielde je voor.” Jo Lange kan zich vooral de talloze biechten herinneren, van jongs af aan. De eerste keer moest hij van school. De juffrouw had hem ingefluisterd wat hij moest zeggen. De biecht gaf de pastoor in Brabant een bijzondere positie. Hij was de enige die je zonden kon vergeven en deed-ie dat niet, dan had je een one-way ticket to hell, zegt historicus René Bastiaanse. De pastoor wist zo bovendien precies wat er speelde. Wie aan de drank zat, wie in de schulden. Kennis die hij kon gebruiken bij zijn nevenfuncties, zoals adviseur van de boerenleenbank. En zoals gebruikelijk zat de pastoor ook in Sint Hubert zowat alle verenigingen voor. Hij opende de vergaderingen, de kermis. Maar de buitenwereld veranderde. Jaren zestig. De welvaart nam toe. Radio, tv, de brommer, ze verleidden dorpsbewoners hun blik naar buiten te richten en waarom zou je dan nog luisteren naar meneer pastoor? Van der Linden – pastoor zonder straatnaam – wilde zijn tanende invloed in de jaren zeventig nog niet erkennen. Een goeie man, tikje autoritair, klinkt het. De 61-jarige Loes Bongers-Slaats weet nog hoe plechtig ze hem thuis ontving als hij de communie kwam uitreiken. „Hij gaf een knikje, dat was het.” Opvolger pastoor Bogers voelde de tijdgeest beter aan. „Hij drong zich niet zo op.” En de huidige heet gewoon Bas en loopt rond in spijkerbroek en motorlaarzen en sjeest rond tussen vijf parochies. Na de hoeder verdween ook de verbondenheid, klinkt onder de ouderen in het gemeenschapshuis. Vooral bij de jeugd. „Het gezag is weg.” „Er is geen binding meer.” „Carnaval ook, dat verwatert.” „Ze gaan liever op wintersport.”

Disney-repertoire
Het is niet slechts gemopper, weet Jan de Valk, voorzitter van de harmonie. Ging voorheen het hele gezin bij zijn vereniging – ze waren er trots op – nu krijgt hij zijn plaatsen niet meer bezet. Een enkeling blijft nog tot de puberteit, met dank aan het Disney-repertoire, daarna trekt ook die weg uit het dorp. En de mensen die blíjven, zegt Loes Bongers-Slaats, zijn meer op zichzelf. „Vroeger pakte ik de wandelwagen en ging ik bij iedereen op de koffie. Nu is het vooral zwaaien.” Een praatje met haar dorpsgenoten maakt ze nu bij de Aldi in het verderop gelegen Mill. De wereld wás niet buiten te houden, en eenmaal binnen slurpte ze Sint Hubert op. Ze verdrong de landbouw met industrie en verplaatste de werkgelegenheid naar omliggende gemeenten. Ze bracht schaalvergroting en maakte elke voorziening in het dorp onrendabel. En eenmaal binnen nam ze Sint Hubert zijn zelfbeschikking af. Het katholieke dorp met veel CDA-stemmers – landbouw en sociale cohesie zijn er het hoogste goed – is nu slechts één van de vier kernen in een gemeente waarin het CDA niet meebestuurt. Een gemeente die bovendien rekening moet houden met een provincie met wéér andere belangen. 
 
Koeienstal
‘Stinkt het hier?” De 57-jarige Henk Lange, neefje van Jo, haalt zijn neus op in de koeienstal van zijn melkveebedrijf. „Nee toch?” Wijzend naar de grond: „Hier, koe-matrassen, die meiden liggen erbij als koninginnen!” Wijzend naar boven: „Licht! Heel belangrijk!” Naar de uiers: „Nergens stront.” Het veevoer: „Bietenpulp! Kringloop!” Hoofdschuddend: „Ik weet gewoon niet wat ik verkeerd doe.” En tóch, zegt Lange, wordt hij door de buitenwereld als boeman gezien. Hij gaat ermee stoppen, de lol is eraf. Niet alleen vanwege „al die valse beschuldigingen” aan boeren in de klimaatdiscussie, of de oneerlijke melkprijs omdat sommige supermarkten de melk zo nodig één plus één gratis doen. Het zijn vooral de strenge milieuregels die hem nekken. Wil hij straks aan de eisen van de provincie voldoen, dan moet hij zijn stalvloer dichten. Een investering van ruim een ton. Welke bank zal hem die lening nog geven, op zijn leeftijd, nu hij ook geen opvolger heeft? Vier van de acht melkveehouders in Sint Hubert denken er zo over. Ze gaan vervroegd stoppen om dezelfde redenen. En ze zijn lang niet de enigen, zegt de regionale land- en tuinbouworganisatie ZLTO.
Sinds de provincie heeft besloten om de aanscherping van de ammoniakeisen te vervroegen van 2028 naar 2022 zijn veehouders genoodzaakt grote investeringen te doen zonder rendement. Boeren van in de vijftig die geen opvolger hebben, zoals Lange, zijn de klos. Deze Brabantse boeren zijn bóós en dat is terecht, zegt ZLTO-woordvoerder Herman Heuver. Want in Limburg zijn de normen níét vervroegd. In Brabant is de gedeputeerde toevallig een SP’er, zegt Heuver, „met weinig gevoel voor landbouw”. Melkboer Lange krabt zich achter de oren. Een kerstboomplantage zou nog kunnen. Of een boerencamping. Hij kent collega’s die het overwegen. Maar Lange is trots op zijn koeien, hij moet er niet aan denken. „Ik heb gewoon een net bedrijf.”
 
Behalve koeien neemt de provincie Sint Hubert ook zijn hoofdstraat af. De Pastoor Jacobsstraat, dwars door het dorp, werd een N-weg. Toets op de tomtom ‘kortste route’ in tussen de A73 en de A50 en je doorklieft de gemeenschap. Dat is wat alle vrachtverkeer vanuit Duitsland graag doet. Goederen in bulk gaan richting bedrijventerreinen en herverdeelstations in Uden, Veghel, Boxmeer, nooit naar Sint Hubert zelf. De provincie wil de weg nu ‘herwaarderen’ om de doorstroming te verbeteren, zoals met het plaatsen van een verkeerslicht en een parallelweg. Maar dat zien veel bewoners die er wonen niet zitten. Ze hebben last van trillingen, geluid, roet, en als ze willen uitrijden krijgen ze rond spitstijd een middelvinger. Liever zien ze een randweg om het dorp heen. „De weg moet weg” staat op spandoeken in hun voortuinen, en met 271 handtekeningen willen ze nu in gesprek met de provincie. In de tussentijd steekt de schooljeugd over met hulp van verkeersbrigadiers, knipperlichten en een mobiele slagboom. ’s Ochtends, want brigadiers voor in de middag zijn niet te vinden. Daarvoor is de school te klein. 
De buitenwereld legt Sint Hubert zijn wil op en aan de Pastoor Jacobsstraat kijkt Christus toe.

Dit artikel is 24 februari verschenen: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/24/in-noord-brabant-kniel-je-niet-meer-voor-de-pastoor-a3655203 

Bron foto: "De weg moet weg"

Aantal aanwonenden van de Pastoor Jacobsstraat N264
Huub Schuurmans, Hans Brouwers en Henri van de Pol.
Email: n264sinthubert@gmail.com 


Artikel geplaatst op Dinsdag - 5 Maart, 2019     6916 maal gelezen