weekfoto
Stamboom vinden is graven of even klikken


Jan Lange werkte veertig jaar aan de stamboom van zijn fa­milie. Hij vond ruim twaalfhon­derd nakomelingen van Peter Jans Lange( n) en Luij­tjen Dirckx, die in 1688 trouwden. „We hadden net zo goed uitgestorven kun­nen zijn.”door Merel Dado en Frank Houtappels

Het begint met nieuws­gierigheid. „Van wie ben ik er één en waar kom ik vandaan? Toch een paar van de grote vragen van het leven. Ik kwam niet verder dan dat mijn vader wist dat zijn opa Cis/Cornelis heette." En dat was niet ge­noeg voor Jan Lange (55) uit Nieuw-Vennep, maar geboren Mil­lenaar. Jan heeft tot zijn 12de aan de St Hubertse binnenweg in St Hubert gewoond.

Alles wilde hij weten over de ge­schiedenis van zijn familie. Onder­zoek waar hij zo'n veertig jaar gele­den mee begon, heeft geresulteerd in het boek Lange( n) in dun Krom­mendiek, dat hij juist heeft laten drukken. „Mijn familie woont al vanaf 1688 aan die weg in Mill, nu de Krommedijk." Vorige week kwamen nazaten van de familie, onder wie Jans moeder Marie (80), samen in het Millse café 't Centrum. Met een plechtig gebaar overhandigt Jan Lange een exem­plaar van het enkele centimeters dikke boek aan zijn moeder. De an­dere negen aanwezige familieleden hebben de kofferbakken van hun auto's leeggeruimd om ruimte te maken voor stapels van het boek die aan andere familieleden zullen worden uitgedeeld.

Negen generaties worden in het boek beschreven. Stamouders zijn Peter Jans Lange en Luijtjen Dir­ckx, die in 1688 trouwen. Het boek bestaat uit twee delen. Deel één is het zogenaamde parenteel, hierin worden de eerste vijf generaties mannelijke en vrouwelijke gehuw­de nakomelingen in kaart ge­bracht. Over de periode 1680 tot 1900 zijn dat er ongeveer vierhon­derd. Deel twee is een stamboom met alleen de mannelijke naamdra­gers van de zesde tot en met de ne­gende generatie. Het tweede deel is met hulp van de familie aange­kleed met veel foto's uit de oude doos.

Jan Lange: „Het is best bijzonder dat de naam nu nog voorkomt.
Van de eerste paar generaties is er telkens maar één man die de naam voortzette. We hadden net zo goed uitgestorven kunnen zijn." Maar dat gebeurde niet.
De liefde voor geschiedenis zit diep bij Lange. Hij is theoloog en werkt als pastor in een gevangenis. Geschiedenis en kerkgeschiedenis zijn z'n hobby. „Een kleine geschie­denis leert iets over de grote ge­schiedenis. Het is microgeschiede­nis, maar je komt de grote namen alsWillem van Oranje ook tegen.

Je leest over armoede en hoe de dingen geregeld werden. Zo las ik over de rechtszaak tegen de moor­denaar van een voorvader van mijn vrouw. Die man is niet opge­sloten zoals nu zou gebeuren, maar heeft een zoenoffer gedaan en zo zijn straf afgekocht."
Hoe doe je een stamboomonder­zoek? Waar begin je? Lange: „Ik ben naar het rijksarchief in Den Bosch gegaan. Dat was toen nog niet gedigitaliseerd, het was zoe­ken naar spelden in een hooi­berg." Documenten over geboor­te-, trouw- en sterfdata zijn in het rijksarchief verdeeld over twee ar­chieven.
Voor de periode van 1811 tot nu is er de burgerlijke stand, ingevoerd door Napoleon. Wie verder terug wil, kan speuren in de doop­, trouw- en begraafboeken van de kerken. Deze documenten, die grofweg de periode 1600-1800 be­slaan, zijn ook te vinden in het rijksarchief in Den Bosch.
Dan heb je wat Lange noemt 'het skelet'. „ Aankleden gaat met be­hulp van het rechterlijk archief en het notarieel archief. Daar vind je informatie over onroerend goed, koopakten en pachtregisters. De Elisabethkerk van Grave bijvoor­beeld had hier veel grond. Waar de familie heeft gewoond, wat ze hebben meegemaakt in hun leven, wat voor streken ze hebben uitge­haald. Hier kom je erachter. Hier vind je de smeuïge verhalen."

Wat heeft Jan Lange geleerd over zijn familie? „ Ze hoorden bij de wat grotere boerenfamilies van Mill en zaten daarmee een beetje boven de middenlaag."
Van zijn vrouw moet Jan Lange zeggen dat hij nu klaar is met het onderzoek. „ Maar dat is natuurlijk niet zo. Er vallen blaadjes van de boom en er komen weer nieuwe twijgjes aan." Bang voor het uit­sterven van de familienaam hoeft Jan Lange als het even meezit niet te zijn. „Ik heb vier zonen, dus dat zit wel goed."

27.05.2008

Bron: St Hubert.Nu


Dit artikel is 1904 maal bekeken

print


logosthubert

Banner b1
logo assh

rssicon
Cookie instellingen - Disclaimer - Stichting St Hubert op internet
www.sthubert.nu ©1999 - 2018

Deze pagina werd in: 0.071 seconden geladen